Huis 2, box 3

Jaarlijks, tegen 1 april, mogen miljoenen Nederlanders zich uitleven op hun aangifte inkomstenbelasting. Voor honderdduizenden speelt daarbij ook de tweede woning in het buitenland een rol – daaronder natuurlijk veel lezers van dit magazine. Maar uit de ook jaarlijks in mijn praktijk terugkerende vragen blijkt dat het niet altijd duidelijk is of en zo ja hoe dat tweede huis nu moet worden aangegeven. Zo verwonderlijk is dat ook niet, nu de meesten wel weten dat je geen box 3 belasting verschuldigd bent over het Franse vakantiehuis. Waarom zou je de fiscus dan wijzer moeten maken dan nodig?

Een mooi moment dus voor een opfriscursus voor uw aangifte IB 2011. Daartoe kijken we naar het (fictieve) echtpaar Jager, dat in 2003 voor €450.000 euro een villa in Biarritz kocht. Er was drie ton gespaard en voor het resterende bedrag sprong de bank bij, die een aflossingsvrije hypotheek op het Nederlandse hoofdverblijf vestigde. De Jagers zijn in Nederland belastingplichtig en hadden op 1 januari 2011 tevens een (Nederlands) spaartegoed van 30.000 euro. De Jagers moeten hun Franse huis sowieso aangeven en wel bij het onderdeel Tweede woning (geen hoofdverblijf). Dat ‘tweede’ is relatief; ook een eventuele volgende woning, geen hoofdverblijf zijnde, valt hieronder. Als waarde voor de aangifte 2011 geldt ‘de waarde in het economische verkeer (…)’ per 1 januari 2010. Omdat Frankrijk geen WOZ-beschikking kent en men uit de aanslag taxe fonciere ook niet wijzer zal worden, zal er moeten worden geschat. Omdat de Jagers zich goed informeren kunnen ze met een gerust hart een bedrag van 550.000 euro noteren. Van die waarde mag de schuld a 150.000 worden afgetrokken, nu die verband houdt met de aankoop destijds. Aldus bedraagt het netto vermogen in Frankrijk vier ton.

Woning en lening eenmaal netjes aangegeven, moeten de Jagers vooral niet vergeten bij ‘Vrijstelling en verminderingen’ het vakje bij ‘Aftrek om dubbele belasting te voorkomen’ aan te vinken. In het Frans-Nederlandse verdrag ter voorkoming van dubbele belasting is de heffing over het Franse huis immers aan Frankrijk toegekend, zodat – zoals gezegd – over de 400.000 euro niet de bekende Nederlandse 1,2% verschuldigd is.

Maar daarmee is de hamvraag eigenlijk nog niet beantwoord: waarom aangeven wanneer er niets verschuldigs zal zijn? Hier speelt het feit dat de belastingdienst nu eenmaal wil weten wat u bezit, in Nederland maar ook daarbuiten. Dit uiteraard met het oog op ‘verzwegen vermogen’ maar ook uw legale buitenlandse vermogen telt mee, bijvoorbeeld om te bepalen of uw heffingsvrije vermogen wordt overschreden. En zo zijn de Jagers over hun in eerste instantie ruim binnen het heffingsvrije vermogen vallende Nederlandse spaartegoed, toch 1,2% verschuldigd. In hun geval, en in beginsel in alle gevallen, beperkt die strop zich tot luttele honderden euro’s. Niet echt een reden dus om uw Franse huis jaarlijks tegen 1 april even ‘te vergeten’…

Bron: Leven in Frankrijk (voorjaar 2012 | nummer 2)
Artikel geschreven door: Mr. Isabelle Flipse van Kantoor Flipse BV te Arnhem

This entry was posted in Fiscaal en Juridisch nieuws and tagged . Bookmark the permalink.

Comments are closed.